Eindelijk... eindelijk ving ik een glimp op van mezelf.
Ik was zo lang zoekend, vertwijfeld... wie ben ik, wat hoort bij mij en wat niet, welk deel is écht van mij, welk deel is me aangepraat...
Ik haalde diep adem, en liet dan de lucht langzaam puffend weer ontsnappen... In mijn hoofd zei ik een mantra op: laat de angst los; laat de angst los; laat de angst los. Tegelijk probeerde ik mezelf te aarden. Ik zat met gekruiste benen en ik stelde me voor dat er vanuit mijn staartbeentje sterke, lange, stralend gouden wortels groeiden die pijlsnel de aarde in schoten en zich daar verankerden. Intussen bleef ik het herhalen: laat de angst los; laat de angst los...
Ik opende mijn ogen en keek voor me uit. Er gebeurde niets... Tot ik plots iets zag bewegen in mijn ooghoek. Ik keek opzij. Niks. Het was vast mijn geest die een spelletje met me speelde.
Toen zag ik het opnieuw! Voorzichtig draaide ik mijn hoofd, en zag mezelf. Daar zat ik, aan de andere kant van de kamer. Mijn andere 'ik' keek even op, glimlachte verlegen naar me en ging dan weer verder met waar ze mee bezig was.
Vreemd genoeg was ik niet verbaasd mezelf daar te zien zitten. Ik was nieuwsgierig, wou weten wat 'ik' aan het doen was. Ik stond op en wandelde naar haar toe, hurkte toen ik bij haar aangekomen was.
'Ik' was aan het schrijven. Tientallen, misschien wel honderden volgeschreven vellen lagen rondom haar verspreid. Ze had een blauwe balpen stevig in haar kleine hand geklemd en ik hoorde hoe het balletje zachtjes een tikkend geluid maakte bij elk woord dat ze schreef. Ze zag er gelukkig uit, verwoed en intens bezig, maar toch in haar eigen oase van rust.
Toen keek ze weer naar me op. Ze glimlachte bemoedigend toen ze een leeg vel over de grond naar me toeschoof en haar balpen naar me uitstak. Ze knikte naar me, 'toe dan', leek ze te zeggen, 'schrijf'.
Verbaasd nam ik de pen van haar aan. Ze voelde gloeiend heet, en toch deed het geen pijn, verbrandde ik me niet. Ik bracht de pen naar het lege vel papier dat ik van haar gekregen had. Plots ging alles vanzelf. De woorden vloeiden en de pen gleed over het papier als werd ze bestuurd door een onzichtbare kracht. Steeds vlotter en sneller. Ik sloot mijn ogen en huilde. Gelukzaligheid is soms zo moeilijk te verdragen...
Toen ontwaakte ik uit mijn meditatie. Ik weet nu wat me te doen staat.
Gelukzaligheid is een mooi begrip,het is persoonlijk en één van mijn favoriete.
BeantwoordenVerwijderen