Mijn moeder heeft me geleerd dat seks slecht is.
Die boodschap gaf ze me door mij de pil af te pakken, mijn condooms uit mijn portemonnee te halen, mij twee jaar huisarrest te geven toen ik toch voor het eerst met iemand naar bed ging.
Haar allergrootste angst was dat ik met seks in aanraking zou komen, met jongens, mannen. Er werd niet over gesproken, en tijdens kusscènes op tv vielen er altijd ongemakkelijke stiltes. Ik bloosde dan hevig, niet om wat ik zag, maar omdat ik me schaamde, alsof ik het was die daar hevig stond te zoenen en ik voelde hoe afkeurend mijn moeder me gadesloeg.
Toen ik zeventien was betrapte mijn moeder me toen ik op mijn kamer masturbeerde. Ik schrok en schaamde me, maar ik had verwacht dat ze gewoon weer weg zou gaan. In de plaats daarvan bleef ze staan in de deuropening en schold me de huid vol. Waar ik mee bezig was, of het dààrom was dat ik zo'n onhandelbare puber was, omdat ik eens goed *** wou worden. Ze zei me dat ik nét mijn vader was, die was ook seksverslaafd... Ik had me van het bed af laten zakken aan de kant waar ze me niet kon zien en probeerde - al liggend op de grond - mijn broek weer over mijn billen te trekken terwijl ik hysterisch huilde. Ze ging weg en er is niets meer over gezegd, maar ik kreeg dagenlang de doodzwijg-behandeling...
Later, ik moet al acht- of negentien geweest zijn, verdween uit mijn kamer mijn Justine, het erotisch boek van Markies de Sade. Ik vond het verscheurd en uit elkaar gerukt in de vuilnisbak, tussen de aardappelschillen.
Seks mocht niet. Seks was vuil en vies. Ik was verdorven. Die boodschap kreeg ik mee van mijn moeder. Het resultaat was dat ik het ergens ben gaan geloven en haar grootste angst waarmaakte door de prostitutie in te gaan. Ik ging me gedragen naar het beeld dat zij van me geschapen had, dat zij me voorhield.
Ik ben nu zo ver dat ik weet dat zij verkeerd was. Seks hoeft niet vies te zijn. Ik ben niet smerig en verdorven, en ik lijk niet op haar, noch op mijn vader die mijn zussen heeft aangerand toen ze amper negen en elf waren. Dit alles wéét ik. Alleen voelt het niet zo...
Ik zou willen dat deze hersenspoeling met onmiddellijke ingang ongedaan kon worden gemaakt, als ik maar wist hoe.
Ik zou willen dat ik opnieuw kan ontspannen, kan genieten, met iemand die ik vertrouw, in plaats van die brok in mijn keel te krijgen bij elke aanraking en mijn moeder voor me te zien die vol walging op me neerkijkt.
Mama, wat heb je me toch aangedaan...
Totaal aantal pageviews
woensdag 26 januari 2011
Feniks
Ik ben al ontelbare keren gestorven. Mijn gevoel, mijn geest begaven het. Telkens opnieuw. Ik pleegde zelfmoord, ik werd vermoord, ik kwijnde weg. Jaren- en jarenlang.
Elke keer weer stond ik op. Verrijzenis na verrijzenis. Wedergeboorte is iets pijnlijks. Het doet meer pijn dan doodgaan. Het vergt meer kracht, meer moed en je voelt het letterlijk tot in elk vezeltje van je lichaam. Het is vermoeiend. Hoe vaak kan een mens verrijzen voor het hem teveel wordt? Wanneer is de energie op?
Langzaam vlieg ik ook dit keer weer naar de hemel, als een feniks geboren uit mijn eigen as.
De asse blijft achter, nonchalant weggeblazen door de wind. Ik kijk neer op mijn levensloze resten...
Dan kijk ik omhoog, blik op oneindig en ik vlieg door, op weg naar een nieuw leven...
... om binnenkort weer te sterven.
Elke keer weer stond ik op. Verrijzenis na verrijzenis. Wedergeboorte is iets pijnlijks. Het doet meer pijn dan doodgaan. Het vergt meer kracht, meer moed en je voelt het letterlijk tot in elk vezeltje van je lichaam. Het is vermoeiend. Hoe vaak kan een mens verrijzen voor het hem teveel wordt? Wanneer is de energie op?
Langzaam vlieg ik ook dit keer weer naar de hemel, als een feniks geboren uit mijn eigen as.
De asse blijft achter, nonchalant weggeblazen door de wind. Ik kijk neer op mijn levensloze resten...
Dan kijk ik omhoog, blik op oneindig en ik vlieg door, op weg naar een nieuw leven...
... om binnenkort weer te sterven.
Vlinders in de winter
Als er iets is dat me goed zou doen, dan is het wel verliefd worden.
Het hoeft zelfs niet wederzijds te zijn... Gewoon aanbidding op afstand is voldoende. Kruipende rupsen die zachtjes en liefdevol knagen aan de binnenkant van mijn maag. Rupsen die uitgroeien tot reusachtige vlinders die met hun zware fluwelen vleugels proberen heen en weer te fladderen.
Het zou me energie geven, een lach op mijn gelaat toveren. Mijn ogen laten stralen, leven.
Een intelligente, rustige maar praatgrage man, links georiënteerd, belezen, spiritueel en filosofisch.
Hij doet mijn knieën knikken als hij naar me lacht, hoewel hij een stukje van zijn hoektand mist.
Als hij rechtstaat en zijn trui enkele centimeters naar boven kruipt, doet de aanblik van dat kleine stukje huid me zichtbaar blozen, hoewel hij niet bijzonder gebruind of gespierd is.
Wanneer hij mijn naam uitspreekt zalft hij mijn ziel... Weinig mensen spreken mijn naam uit, maar hij doet het, terwijl hij me onderzoekend recht in de ogen kijkt...
Misschien weet hij wat ik voor hem voel, maar misschien ook niet... Misschien wordt het wel nooit uitgesproken...
Ik weet niet of die man ergens werkelijkheid is. Die man die me, voor héél even maar, weer laat voelen dat ik Besta. Dat ik Vrouw ben.
Het hoeft zelfs niet wederzijds te zijn... Gewoon aanbidding op afstand is voldoende. Kruipende rupsen die zachtjes en liefdevol knagen aan de binnenkant van mijn maag. Rupsen die uitgroeien tot reusachtige vlinders die met hun zware fluwelen vleugels proberen heen en weer te fladderen.
Het zou me energie geven, een lach op mijn gelaat toveren. Mijn ogen laten stralen, leven.
Een intelligente, rustige maar praatgrage man, links georiënteerd, belezen, spiritueel en filosofisch.
Hij doet mijn knieën knikken als hij naar me lacht, hoewel hij een stukje van zijn hoektand mist.
Als hij rechtstaat en zijn trui enkele centimeters naar boven kruipt, doet de aanblik van dat kleine stukje huid me zichtbaar blozen, hoewel hij niet bijzonder gebruind of gespierd is.
Wanneer hij mijn naam uitspreekt zalft hij mijn ziel... Weinig mensen spreken mijn naam uit, maar hij doet het, terwijl hij me onderzoekend recht in de ogen kijkt...
Misschien weet hij wat ik voor hem voel, maar misschien ook niet... Misschien wordt het wel nooit uitgesproken...
Ik weet niet of die man ergens werkelijkheid is. Die man die me, voor héél even maar, weer laat voelen dat ik Besta. Dat ik Vrouw ben.
Penis
Het gros van de mannen vond het maar normaal dat ik in katzwijm zou vallen bij de aanblik van hun erect lid, dat ik in enkele luttele seconden tijd van siberisch koud zou overschakelen op geil gewillig en nat.
Gebeurde dat niet, dan was er uiteraard iets mis met mij niet met hén.
Het idee dat het misschien zou komen omdat hun penis rook naar muffe sokken, of omdat er een bijna krokant laagje smegma omheen zat (vaak nog met gekleurde stippeltjes in - kleine vezeltjes van hun trendy boxers), of omwille van de verdacht uitziende pukkeltjes vlak onder de eikelrand, kwam uiteraard niet bij hen op. Een onschadelijke parelketting weet ik nu, maar niet meteen bevorderlijk om een onwetende tiener zover te krijgen dat ze orale seks met je heeft.
Penissen waar op het eerste zicht niets mis mee was konden me nochtans ook niet boeien. Ze zagen er allemaal min of meer hetzelfde uit.
Hoe vind je die van mij? Heb je al veel grotere gehad? Heb je al een dikkere gezien? Geproefd?
Ze waren er door geobsedeerd... En ik kon niet ééns antwoorden. Een paar milimeter verschil valt écht niet op, hoor. En een centimetertje meer in omvang voel je na de eerste minuut ook al niet meer.
Toch moest het verlengde van hun mannelijkheid openlijk bewonderd worden, in de eerste plaats door hénzelf. Ik bofte maar, dat ik de kans kreeg om hun vlees in me te mogen ontvangen, mogen ja.
Toch één ding waar menig vrouw een voorbeeld aan kan nemen: trots zijn op je eigen lichaam.
We zouden allemaal moeten leven alsof we een Gouden Schede bezitten...
Gebeurde dat niet, dan was er uiteraard iets mis met mij niet met hén.
Het idee dat het misschien zou komen omdat hun penis rook naar muffe sokken, of omdat er een bijna krokant laagje smegma omheen zat (vaak nog met gekleurde stippeltjes in - kleine vezeltjes van hun trendy boxers), of omwille van de verdacht uitziende pukkeltjes vlak onder de eikelrand, kwam uiteraard niet bij hen op. Een onschadelijke parelketting weet ik nu, maar niet meteen bevorderlijk om een onwetende tiener zover te krijgen dat ze orale seks met je heeft.
Penissen waar op het eerste zicht niets mis mee was konden me nochtans ook niet boeien. Ze zagen er allemaal min of meer hetzelfde uit.
Hoe vind je die van mij? Heb je al veel grotere gehad? Heb je al een dikkere gezien? Geproefd?
Ze waren er door geobsedeerd... En ik kon niet ééns antwoorden. Een paar milimeter verschil valt écht niet op, hoor. En een centimetertje meer in omvang voel je na de eerste minuut ook al niet meer.
Toch moest het verlengde van hun mannelijkheid openlijk bewonderd worden, in de eerste plaats door hénzelf. Ik bofte maar, dat ik de kans kreeg om hun vlees in me te mogen ontvangen, mogen ja.
Toch één ding waar menig vrouw een voorbeeld aan kan nemen: trots zijn op je eigen lichaam.
We zouden allemaal moeten leven alsof we een Gouden Schede bezitten...
Vergeven
Ik heb al die mannen vergeven. Ze konden het niet helpen. Ik begrijp hen, ik weet waarom ze het deden, ik weet dat ze mij niet per sé pijn wilden doen. Ze hadden in hun eigen ogen geen andere keus, net zoals ik geen keus had.
Ik vergeef het hen. Héél oprecht, met liefde. Mijn hart wordt warm als ik aan hen denk.
Ik heb ook mezelf vergeven, dat was eigenlijk nog het moeilijkste. Ik vergeef het me, wat ik mezelf allemaal heb aangedaan.
Nu kies ik voor mezelf. Vroeger zei ik altijd ja, en nu zeg ik vaker nee. Ik zeg nee voor mezelf.
Als ik nu maar eens begreep waarom voor mezelf kiezen zo verdomd veel pijn doet...
Ik vergeef het hen. Héél oprecht, met liefde. Mijn hart wordt warm als ik aan hen denk.
Ik heb ook mezelf vergeven, dat was eigenlijk nog het moeilijkste. Ik vergeef het me, wat ik mezelf allemaal heb aangedaan.
Nu kies ik voor mezelf. Vroeger zei ik altijd ja, en nu zeg ik vaker nee. Ik zeg nee voor mezelf.
Als ik nu maar eens begreep waarom voor mezelf kiezen zo verdomd veel pijn doet...
Geloven
Als kind werd ik niet geloofd door mijn moeder. Als ik wat mispeuterd had, en ik wou "een verklaring afleggen", dan geloofde ze me niet. Nooit. Was ze iets kwijt, was er iets verdwenen, dan werd ik ervan beschuldigd. Ik was een leugenaar en een dief.
Op school geloofde niemand me, als ik vertelde wat ik thuis meemaakte. Mijn vriendinnen niet, de leraars niet. Het CLB twijfelde, wou me wel helpen... tot ze op een middag mijn moeder naar school haalden, achter mijn rug om. Uiteraard was ik de opstandige puberale dochter die aandacht zocht en zij de arme alleenstaande moeder. Thuis stond me een verbaal pak rammel te wachten met de nodige bijkomende onredelijke straffen.
Vandaag is het niet anders. Fantast. Leugenaar. Aandachtsgeil. Ziek, hoe ik zulke dingen verzin.
Ik wil geen ontzag, ik wil geen medelijden, geen medeleven. Dat ik de waarheid ken is niet genoeg...
Ik wil godverdomme voor de eerste keer in mijn leven alleen maar geloofd worden...
Op school geloofde niemand me, als ik vertelde wat ik thuis meemaakte. Mijn vriendinnen niet, de leraars niet. Het CLB twijfelde, wou me wel helpen... tot ze op een middag mijn moeder naar school haalden, achter mijn rug om. Uiteraard was ik de opstandige puberale dochter die aandacht zocht en zij de arme alleenstaande moeder. Thuis stond me een verbaal pak rammel te wachten met de nodige bijkomende onredelijke straffen.
Vandaag is het niet anders. Fantast. Leugenaar. Aandachtsgeil. Ziek, hoe ik zulke dingen verzin.
Ik wil geen ontzag, ik wil geen medelijden, geen medeleven. Dat ik de waarheid ken is niet genoeg...
Ik wil godverdomme voor de eerste keer in mijn leven alleen maar geloofd worden...
Droom
Ik wandel door een klein stadje. Ik ben hier nog nooit eerder geweest maar toch voelt het vertrouwd aan. Het is stralend weer, de zon schijnt.
Voor me doemt een figuur op. Een man vermoed ik, een soort van monnik, in een lang donker gewaad met een kap. Hij wenkt me, ik moet hem volgen.
Hij leidt me door de smalle straatjes, eens links, dan weer rechts. Hij houdt halt voor een klein huisje in de rij, kijk even achterom en stapt naar binnen.
Ik blijf staan voor de deur en kijk omhoog. Mijn hand reikt naar de grote deurknop, ik moet me bukken om naar binnen te gaan.
Het duurt even voor mijn ogen aan het halfduister gewend zijn. Ik bevind me in een énorme lege ruimte. Het is er zo groot dat ik niet kan zien waar de zaal eindigt of begint. Her en der zie ik dezelfde figuren lopen als de monnik die me hierheen bracht. Reusachtige, felgekleurde glas-in-loodramen laten het zonlicht naar binnen. Ik zie wat stof dansen in een oranje lichtbundel.
Dan zie ik, enkele meters bij me vandaan, een dier staan. Ik knijp mijn ogen samen om het beter te kunnen zien. Het is een bizon en hij ziet er vervaarlijk uit, monsterlijk bijna. Zijn ogen lijken te gloeien en hij briest luid. Vier monniken proberen hem in bedwang te houden met dikke kettingen. Hij schudt wild met zijn kop, heeft me geroken en staart me aan...
De vier monniken leiden het dier tot bij mij. Ik ben bang. Ik voel een zweetdruppeltje langs mijn slaap glijden. Ik wil wegrennen maar het lukt niet, mijn benen luisteren niet naar me. Ik kan enkel naar de bizon kijken...
Ze komen steeds dichter, tot hij zo dichtbij is dat zijn vacht in mijn neus kriebelt. Dan maken ze hem los. De monniken laten me alleen met het monster.
Ik zie wolkjes adem uit zijn neus komen. Hij besnuffelt me en ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik weet zeker dat hij me zal verslinden, ik ben vast één of ander offer maar dan...
Dan knielt hij voor me. Hij zakt door zijn voorpoten, voor me, op de grond, zijn kop gebogen. Het is alsof hij mij vereert! Ik zet een stap voorwaarts en leg mijn hand op zijn kop. Hij maakt een tevreden, grommend geluid.
Dan word ik wakker...
Voor me doemt een figuur op. Een man vermoed ik, een soort van monnik, in een lang donker gewaad met een kap. Hij wenkt me, ik moet hem volgen.
Hij leidt me door de smalle straatjes, eens links, dan weer rechts. Hij houdt halt voor een klein huisje in de rij, kijk even achterom en stapt naar binnen.
Ik blijf staan voor de deur en kijk omhoog. Mijn hand reikt naar de grote deurknop, ik moet me bukken om naar binnen te gaan.
Het duurt even voor mijn ogen aan het halfduister gewend zijn. Ik bevind me in een énorme lege ruimte. Het is er zo groot dat ik niet kan zien waar de zaal eindigt of begint. Her en der zie ik dezelfde figuren lopen als de monnik die me hierheen bracht. Reusachtige, felgekleurde glas-in-loodramen laten het zonlicht naar binnen. Ik zie wat stof dansen in een oranje lichtbundel.
Dan zie ik, enkele meters bij me vandaan, een dier staan. Ik knijp mijn ogen samen om het beter te kunnen zien. Het is een bizon en hij ziet er vervaarlijk uit, monsterlijk bijna. Zijn ogen lijken te gloeien en hij briest luid. Vier monniken proberen hem in bedwang te houden met dikke kettingen. Hij schudt wild met zijn kop, heeft me geroken en staart me aan...
De vier monniken leiden het dier tot bij mij. Ik ben bang. Ik voel een zweetdruppeltje langs mijn slaap glijden. Ik wil wegrennen maar het lukt niet, mijn benen luisteren niet naar me. Ik kan enkel naar de bizon kijken...
Ze komen steeds dichter, tot hij zo dichtbij is dat zijn vacht in mijn neus kriebelt. Dan maken ze hem los. De monniken laten me alleen met het monster.
Ik zie wolkjes adem uit zijn neus komen. Hij besnuffelt me en ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik weet zeker dat hij me zal verslinden, ik ben vast één of ander offer maar dan...
Dan knielt hij voor me. Hij zakt door zijn voorpoten, voor me, op de grond, zijn kop gebogen. Het is alsof hij mij vereert! Ik zet een stap voorwaarts en leg mijn hand op zijn kop. Hij maakt een tevreden, grommend geluid.
Dan word ik wakker...
Zeep
Ik heb al jaren een fascinatie voor bad- en doucheprodukten.
Badzout, badschuim, scrubhandschoenen, shampoo, conditioner, badparels, badolie, gezichtsmaskers die tot diep in mijn poriën dringen, douchegel, alle mogelijke kleuren en geuren. Rijen en rijen flacons stonden opgesteld in mijn badkamer, in mijn kastjes.
Tegenwoordig hou ik niet meer van een bad nemen. Tegenwoordig voldoet douchegel niet meer.
Ik voel me niet schoon na een bad, het ontspant me niet. Integendeel, ik krijg het er benauwd van, zo benauwd dat ik bijna astmatisch reageer. Ik voel me niet schoon met douchegel. Achteraf stink ik nog steeds. Ik ben overgeschakeld op zeep. Gewone zeepblokjes. Ik hou van het droge, trekkerige gevoel achteraf. Dan ben ik schoon, proper. In de douche schrob ik mezelf tot mijn huid er van gloeit. Steeds opnieuw behandel ik dezelfde plekken van mijn lichaam. Het moet glimmen. De geur, MIJN geur, moet weg. Ik vedraag mijn eigen geur niet.
Misschien de volgende keer in de supermarkt uitkijken naar die ouderwetse Sunlight-zeep. Misschien lukt het daar wel mee.
Badzout, badschuim, scrubhandschoenen, shampoo, conditioner, badparels, badolie, gezichtsmaskers die tot diep in mijn poriën dringen, douchegel, alle mogelijke kleuren en geuren. Rijen en rijen flacons stonden opgesteld in mijn badkamer, in mijn kastjes.
Tegenwoordig hou ik niet meer van een bad nemen. Tegenwoordig voldoet douchegel niet meer.
Ik voel me niet schoon na een bad, het ontspant me niet. Integendeel, ik krijg het er benauwd van, zo benauwd dat ik bijna astmatisch reageer. Ik voel me niet schoon met douchegel. Achteraf stink ik nog steeds. Ik ben overgeschakeld op zeep. Gewone zeepblokjes. Ik hou van het droge, trekkerige gevoel achteraf. Dan ben ik schoon, proper. In de douche schrob ik mezelf tot mijn huid er van gloeit. Steeds opnieuw behandel ik dezelfde plekken van mijn lichaam. Het moet glimmen. De geur, MIJN geur, moet weg. Ik vedraag mijn eigen geur niet.
Misschien de volgende keer in de supermarkt uitkijken naar die ouderwetse Sunlight-zeep. Misschien lukt het daar wel mee.
Aquarel
Ik was jong, onzeker, naiëf en ijdel. Een combinatie die niet alleen om moeilijkheden vraagt, maar ze zelfs opzoekt.
Een man vond me mooi. Kwetsbaar, noemde hij me. Ik zag er prachtig kwetsbaar uit. Of ik alsjeblieft model voor hem wou staan.
Mijn ego was gestreeld maar toch hoorde ik een klein alarmbelletje rinkelen... Hij zag mijn aarzeling, stelde voor om op een openbare plek wat te praten en iets te drinken, en dan zou hij me zijn werk laten zien. Ik ging akkoord.
Hij bracht een dikke map voor me mee met schetsen. Het onderwerp dat ik het vaakst tegenkwam was de naakte vrouw, maar ook natuurlandschappen behoorden tot zijn portofolio. Het was mooi, smaakvol en kleurrijk. Hij wilde een aquarel van me maken. Gehuld in witte doorzichtige lakens met een ontblote borst en een half afgewend gezicht. Zo zag hij me.
Daarvoor moest hij eerst foto's van me maken in zijn studio. Aan de hand van die foto's zou hij het portret maken, dan hoefde ik niet de hele tijd te poseren en kon hij er zijn tijd voor nemen.
Hij haalde me op met zijn auto. Onderweg zong hij voor me, teksten van Herman van Veen.
Ik hou van jou, met heel mijn hart en ziel hou ik van jou...
Hij had een zuivere, diepe en luide stem. Bijna voelde ik me geborgen...
Ik was onder de indruk van zijn huis en de inrichting. Zo'n luxe was ik niet gewend... Bij de deur gingen dan ook de schoenen uit.
Aan de muren hing voornamelijk zijn eigen werk en bewonderend keek ik omhoog. Zijn zwarte labrador kwam kwispelend op me af om me te begroeten. Aardig dier.
Kleed je maar uit, zei hij. Dan zet ik vast alles klaar.
Onwennig trok ik mijn trui uit, mijn jeans, mijn ondergoed...
Hij kwam de woonkamer weer in met twee enorme fotolampen en een kanjer van een fototoestel. Het zag er allemaal professioneel uit en ik ontspande me.
Hij schoot me in precies die houdingen zoals hij me op papier wou zetten, later.
Ik wil meer perspectief, zei hij. Kom mee.
Ik volgde hem naar zijn bibliotheek annex 'studio'. Een muurshoge spiegel en een verhoogje, waarop ik moest plaatsnemen.
Nu heb ik je voor- en achterkant tegelijk, zei hij. Hij liet me enkele poses aannemen. Af en toe kwam hij naar me toe om mijn haar goed te leggen of om mijn arm te verplaatsen. Steeds vaker kwam hij naar voren om me aan te raken. De houdingen die ik van hem moest aannemen werden steeds absurder. Op mijn knieën met mijn billen achteruit en mijn hoofd naar de grond gebogen. Hij kwam mijn benen wat verder uit elkaar zetten. Dan weer plat op mijn rug, recht in mijn kruis kijkend.
Uiteindelijk legde hij zijn fototoestel opzij.
'Dan zal ik je nu laten genieten... '
Zijn vingers groeven in mijn schede. Groeven. Een ander woord is er niet voor. Wild en onbeheerst. Het deed pijn. Hij had een zelfverzekerde uitdrukking op zijn gelaat, alsof hij wel degelijk wist waar hij mee bezig was.
Het hoort erbij, meisje. Waarom ontspan je je niet? Leer genieten, kom... ik ga door tot je komt.
Hij zou doorgaan. Er zat maar één ding op, en dat was hem om de tuin leiden.
Ik deed alsof ik me ontspande, leunde achterover, begon zwaarder te ademen. Ik zuchtte, slaakte een gilletje en kneep mijn bekkenbodemspieren een aantal keer hevig samen rond zijn vingers.
Natuurlijk trapte hij er in... gelukkig. Toen wou hij me zoenen, knuffelen. Ik duwde hem weg.
Dat verdraag ik niet, zo snel na het klaarkomen. Sorry.
Hij bracht me naar huis. Enkele weken later kreeg ik enkele van de foto's toegestuurd die hij van me gemaakt had, de meest vulgaire.
Ik weet niet of dat aquarel er ooit gekomen is.
Een getalenteerde, Limburgse leraar geschiedenis op rust. Zo zie je maar...
Hij heeft me in elk geval geleerd om te faken, iets wat ik goed heb kunnen gebruiken in de jaren die nog volgden.
Een man vond me mooi. Kwetsbaar, noemde hij me. Ik zag er prachtig kwetsbaar uit. Of ik alsjeblieft model voor hem wou staan.
Mijn ego was gestreeld maar toch hoorde ik een klein alarmbelletje rinkelen... Hij zag mijn aarzeling, stelde voor om op een openbare plek wat te praten en iets te drinken, en dan zou hij me zijn werk laten zien. Ik ging akkoord.
Hij bracht een dikke map voor me mee met schetsen. Het onderwerp dat ik het vaakst tegenkwam was de naakte vrouw, maar ook natuurlandschappen behoorden tot zijn portofolio. Het was mooi, smaakvol en kleurrijk. Hij wilde een aquarel van me maken. Gehuld in witte doorzichtige lakens met een ontblote borst en een half afgewend gezicht. Zo zag hij me.
Daarvoor moest hij eerst foto's van me maken in zijn studio. Aan de hand van die foto's zou hij het portret maken, dan hoefde ik niet de hele tijd te poseren en kon hij er zijn tijd voor nemen.
Hij haalde me op met zijn auto. Onderweg zong hij voor me, teksten van Herman van Veen.
Ik hou van jou, met heel mijn hart en ziel hou ik van jou...
Hij had een zuivere, diepe en luide stem. Bijna voelde ik me geborgen...
Ik was onder de indruk van zijn huis en de inrichting. Zo'n luxe was ik niet gewend... Bij de deur gingen dan ook de schoenen uit.
Aan de muren hing voornamelijk zijn eigen werk en bewonderend keek ik omhoog. Zijn zwarte labrador kwam kwispelend op me af om me te begroeten. Aardig dier.
Kleed je maar uit, zei hij. Dan zet ik vast alles klaar.
Onwennig trok ik mijn trui uit, mijn jeans, mijn ondergoed...
Hij kwam de woonkamer weer in met twee enorme fotolampen en een kanjer van een fototoestel. Het zag er allemaal professioneel uit en ik ontspande me.
Hij schoot me in precies die houdingen zoals hij me op papier wou zetten, later.
Ik wil meer perspectief, zei hij. Kom mee.
Ik volgde hem naar zijn bibliotheek annex 'studio'. Een muurshoge spiegel en een verhoogje, waarop ik moest plaatsnemen.
Nu heb ik je voor- en achterkant tegelijk, zei hij. Hij liet me enkele poses aannemen. Af en toe kwam hij naar me toe om mijn haar goed te leggen of om mijn arm te verplaatsen. Steeds vaker kwam hij naar voren om me aan te raken. De houdingen die ik van hem moest aannemen werden steeds absurder. Op mijn knieën met mijn billen achteruit en mijn hoofd naar de grond gebogen. Hij kwam mijn benen wat verder uit elkaar zetten. Dan weer plat op mijn rug, recht in mijn kruis kijkend.
Uiteindelijk legde hij zijn fototoestel opzij.
'Dan zal ik je nu laten genieten... '
Zijn vingers groeven in mijn schede. Groeven. Een ander woord is er niet voor. Wild en onbeheerst. Het deed pijn. Hij had een zelfverzekerde uitdrukking op zijn gelaat, alsof hij wel degelijk wist waar hij mee bezig was.
Het hoort erbij, meisje. Waarom ontspan je je niet? Leer genieten, kom... ik ga door tot je komt.
Hij zou doorgaan. Er zat maar één ding op, en dat was hem om de tuin leiden.
Ik deed alsof ik me ontspande, leunde achterover, begon zwaarder te ademen. Ik zuchtte, slaakte een gilletje en kneep mijn bekkenbodemspieren een aantal keer hevig samen rond zijn vingers.
Natuurlijk trapte hij er in... gelukkig. Toen wou hij me zoenen, knuffelen. Ik duwde hem weg.
Dat verdraag ik niet, zo snel na het klaarkomen. Sorry.
Hij bracht me naar huis. Enkele weken later kreeg ik enkele van de foto's toegestuurd die hij van me gemaakt had, de meest vulgaire.
Ik weet niet of dat aquarel er ooit gekomen is.
Een getalenteerde, Limburgse leraar geschiedenis op rust. Zo zie je maar...
Hij heeft me in elk geval geleerd om te faken, iets wat ik goed heb kunnen gebruiken in de jaren die nog volgden.
Vrouwen
Als er iets erger is dan een man, dan is het wel een vrouw.
Menig man brak reeds mijn hart, maar vrouwen, die braken het en trapten het, op hun hoge goedkope laarsjes, nog eens diep de modder in, om er dan nog eens venijnig naar te lachen.
Mannen kwetsten en verlieten me. Vrouwen keken om de zoveel tijd nog eens achterom, om zich er van te verzekeren dat ik hen niet vergat, om me met één hand weer in de put te duwen als ze zagen dat ik er al half uitgeklommen was.
Mannen waren egoïsten. Maar zolang zij het goed hadden trokken ze zich van mij niet zo veel aan.
Vrouwen zorgden ervoor dat ze hun zin kregen maar dat was niet genoeg. Tegelijkertijd moest ik lijden, hunkeren, tekort komen, zodat hun 'geluk' erdoor extra in de verf werd gezet.
Mannen waren onverschillig en ongevoelig. Vrouwen wisten echter hoe ik me waarbij zou voelen en waarom nog voor ik het zelf zou voelen. Ze waren me daardoor steeds een stap voor, wisten daar hun voordeel uit te halen en waren dus gevaarlijker dan mannen.
Vrouwen zijn de mooiste, intelligentste, boeiendste, sluwste, meest vernietigende en gemene wezens die God op deze aarde geschapen heeft.
Ik weet niet of ik dankbaar moet zijn of triest, dat ik er zelf één ben...
Menig man brak reeds mijn hart, maar vrouwen, die braken het en trapten het, op hun hoge goedkope laarsjes, nog eens diep de modder in, om er dan nog eens venijnig naar te lachen.
Mannen kwetsten en verlieten me. Vrouwen keken om de zoveel tijd nog eens achterom, om zich er van te verzekeren dat ik hen niet vergat, om me met één hand weer in de put te duwen als ze zagen dat ik er al half uitgeklommen was.
Mannen waren egoïsten. Maar zolang zij het goed hadden trokken ze zich van mij niet zo veel aan.
Vrouwen zorgden ervoor dat ze hun zin kregen maar dat was niet genoeg. Tegelijkertijd moest ik lijden, hunkeren, tekort komen, zodat hun 'geluk' erdoor extra in de verf werd gezet.
Mannen waren onverschillig en ongevoelig. Vrouwen wisten echter hoe ik me waarbij zou voelen en waarom nog voor ik het zelf zou voelen. Ze waren me daardoor steeds een stap voor, wisten daar hun voordeel uit te halen en waren dus gevaarlijker dan mannen.
Vrouwen zijn de mooiste, intelligentste, boeiendste, sluwste, meest vernietigende en gemene wezens die God op deze aarde geschapen heeft.
Ik weet niet of ik dankbaar moet zijn of triest, dat ik er zelf één ben...
Abonneren op:
Posts (Atom)