Totaal aantal pageviews
zondag 27 februari 2011
Wachten
Trillend lig ik te wachten in het donker. Ik probeer al een poosje mijn ademhaling onder controle te krijgen. Om de haverklap gluur ik op mijn gsm om te weten hoe laat het is. De minuten verstrijken traag, té traag.
Ik weet niet eens of je wel komt. Misschien lig ik hier voor niets te wachten en verspil ik kostbare tijd, maar ik kan mezelf me er niet toe brengen om weg te gaan, om iets anders te gaan doen. Je weet maar nooit...
Ik laat mijn handen langs mijn benen glijden om mezelf te verzekeren dat ze helemaal glad zijn, dat ik geen plekje overgeslagen heb. Ik ruik de vage, zoete vanillegeur, en vraag me af of je daar wel van houdt.
Ik krijg het koud, maar ik weiger het dekbed over me heen te trekken, ik wil het risico niet lopen dat ik het te warm krijg en ga zweten. Ik wil dat je me puur, fris en schoon vindt in deze kamer, dat er niets op me aan te merken valt, dat je nergens kan op afknappen.
Weer een uur is verstreken. Mijn handen spelen achteloos met het toefje haar op mijn onderbuik. Ik beeld me in dat het niet mijn hand is, maar de jouwe. Ik voel hoe ik vochtig word. Even maar, héél even, raak ik mezelf aan, dààr... Ik zucht diep en trek mijn hand terug. Ik moet wachten, op jou...
Bijna avond. Nog steeds ben je er niet. Ik word een beetje moedeloos.
Voor de zoveelste maal lees en herlees ik de smsjes die we elkaar de afgelopen dagen gestuurd hebben. De geschreven woorden vormen een film in mijn hoofd. Ik zie hoe we elkaar te lijf gaan, elkaar likken, bijten, wild elkaars lichaam in bezit nemen.
Mijn laatste bericht was dat ik vandaag op je zou wachten. Naakt in het duister. Klaar om genomen te worden.
De uren kruipen voorbij... Ik begin me loom en moe te voelen. Met mijn linkerhand tussen mijn benen val ik in slaap.
Je bent niet gekomen... Misschien morgen dan.
Ik weet niet eens of je wel komt. Misschien lig ik hier voor niets te wachten en verspil ik kostbare tijd, maar ik kan mezelf me er niet toe brengen om weg te gaan, om iets anders te gaan doen. Je weet maar nooit...
Ik laat mijn handen langs mijn benen glijden om mezelf te verzekeren dat ze helemaal glad zijn, dat ik geen plekje overgeslagen heb. Ik ruik de vage, zoete vanillegeur, en vraag me af of je daar wel van houdt.
Ik krijg het koud, maar ik weiger het dekbed over me heen te trekken, ik wil het risico niet lopen dat ik het te warm krijg en ga zweten. Ik wil dat je me puur, fris en schoon vindt in deze kamer, dat er niets op me aan te merken valt, dat je nergens kan op afknappen.
Weer een uur is verstreken. Mijn handen spelen achteloos met het toefje haar op mijn onderbuik. Ik beeld me in dat het niet mijn hand is, maar de jouwe. Ik voel hoe ik vochtig word. Even maar, héél even, raak ik mezelf aan, dààr... Ik zucht diep en trek mijn hand terug. Ik moet wachten, op jou...
Bijna avond. Nog steeds ben je er niet. Ik word een beetje moedeloos.
Voor de zoveelste maal lees en herlees ik de smsjes die we elkaar de afgelopen dagen gestuurd hebben. De geschreven woorden vormen een film in mijn hoofd. Ik zie hoe we elkaar te lijf gaan, elkaar likken, bijten, wild elkaars lichaam in bezit nemen.
Mijn laatste bericht was dat ik vandaag op je zou wachten. Naakt in het duister. Klaar om genomen te worden.
De uren kruipen voorbij... Ik begin me loom en moe te voelen. Met mijn linkerhand tussen mijn benen val ik in slaap.
Je bent niet gekomen... Misschien morgen dan.
vrijdag 25 februari 2011
Dagdroom
De hele dag denk ik eraan...
Ik zie me mezelf uitkleden, een douche nemen. Ik was mijn haar en schrob mezelf helemaal schoon tot mijn huid gloeit en rood wordt. Met een scheermesje haal ik overtollig haar weg. Enkel de bikinilijn. Helemaal kaal vind ik maar niks, het ziet er kinderlijk uit en het is zo'n gedoe om het bij te houden.
Ik draai de kraan dicht en trek snel mijn badjas aan. Ik dep mijn haar droog en gebruik een haarmasker dat heerlijk ruikt. Zorgvuldig borstel ik tot alle klitten weg zijn.
Ik poets mijn tanden minutenlang...
Ik laat de badjas openvallen en kijk naar mezelf in de spiegel. Ik maak me zorgen. Mijn lichaam is nog lang niet zo slank en strak als zou moeten... Hangen mijn borsten niet een beetje, of zijn ze gewoon groot? Mijn blik wordt echter goedkeurend als ik naar mijn taille kijk. Mijn zandloperfiguur dat alle gebeurtenissen en tijd toch doorstaan heeft. Mijn venusheuvel, ietwat bol van opwinding, gesierd met enkele zachte plukjes donker haar...
Ik trek een normaal slipje en een gewone bh aan. Niets pikants. Ik bezit geen opwindende lingerie.
Zwarte panty's, lange rok die mijn figuur accentueert maar mijn buikje verhult, blouse met ontblote schouders zodat mijn hals er uitnodigend naakt uitziet... Verlangend naar een kus, dààr, op het plekje onder mijn oor. Bruine kuitlaarzen, omdat ik niets anders heb. In tegenstelling tot andere vrouwen heb ik niets met schoenen.
Ik gebruik slechts een beetje make up. Wat mascara en een bijna onzichtbaar laagje poeder. Ik wil er zo natuurlijk mogelijk uitzien. Volgens mij hou je niet van wandelende regenbogen die zich enkel durven vertonen als ze een dikke plamuurlaag ophebben.
Eén wolkje parfum, niet op mijn huid maar op de onderkant van mijn blouse. Ik zou niet willen dat je vol walging je mond terugtrekt als je lippen mijn naakte huid verkennen en dan de smaak van dat chemisch goedje tegenkomen.
Mijn haar is inmiddels droog. Ik laat het maar los hangen. Nu heb ik spijt van dat lange stuk dat ik er zelf afgeknipt heb... Ik zal het er mee moeten doen nu.
Ik trek mijn jas aan, zucht diep.
De deur trek ik zachtjes achter me dicht. Alsof ik niet wil dat iemand hoort dat ik weg ga.
Bij het station wacht ik op je. Onrustig ijsbeer ik heen en weer. Ik hoor hoe een krakende stem omroept dat je trein het station binnen rijdt. De adrenaline giert door mijn lijf.
Eindelijk gaan we elkaar ontmoeten, maar wàt ben ik bang.
In de verte zie ik je de trap afkomen... Ik adem nog eens diep in.
Onzeker glimlach ik naar je, nerveus, maar vol verlangen naar wat komen gaat...
Ik zie me mezelf uitkleden, een douche nemen. Ik was mijn haar en schrob mezelf helemaal schoon tot mijn huid gloeit en rood wordt. Met een scheermesje haal ik overtollig haar weg. Enkel de bikinilijn. Helemaal kaal vind ik maar niks, het ziet er kinderlijk uit en het is zo'n gedoe om het bij te houden.
Ik draai de kraan dicht en trek snel mijn badjas aan. Ik dep mijn haar droog en gebruik een haarmasker dat heerlijk ruikt. Zorgvuldig borstel ik tot alle klitten weg zijn.
Ik poets mijn tanden minutenlang...
Ik laat de badjas openvallen en kijk naar mezelf in de spiegel. Ik maak me zorgen. Mijn lichaam is nog lang niet zo slank en strak als zou moeten... Hangen mijn borsten niet een beetje, of zijn ze gewoon groot? Mijn blik wordt echter goedkeurend als ik naar mijn taille kijk. Mijn zandloperfiguur dat alle gebeurtenissen en tijd toch doorstaan heeft. Mijn venusheuvel, ietwat bol van opwinding, gesierd met enkele zachte plukjes donker haar...
Ik trek een normaal slipje en een gewone bh aan. Niets pikants. Ik bezit geen opwindende lingerie.
Zwarte panty's, lange rok die mijn figuur accentueert maar mijn buikje verhult, blouse met ontblote schouders zodat mijn hals er uitnodigend naakt uitziet... Verlangend naar een kus, dààr, op het plekje onder mijn oor. Bruine kuitlaarzen, omdat ik niets anders heb. In tegenstelling tot andere vrouwen heb ik niets met schoenen.
Ik gebruik slechts een beetje make up. Wat mascara en een bijna onzichtbaar laagje poeder. Ik wil er zo natuurlijk mogelijk uitzien. Volgens mij hou je niet van wandelende regenbogen die zich enkel durven vertonen als ze een dikke plamuurlaag ophebben.
Eén wolkje parfum, niet op mijn huid maar op de onderkant van mijn blouse. Ik zou niet willen dat je vol walging je mond terugtrekt als je lippen mijn naakte huid verkennen en dan de smaak van dat chemisch goedje tegenkomen.
Mijn haar is inmiddels droog. Ik laat het maar los hangen. Nu heb ik spijt van dat lange stuk dat ik er zelf afgeknipt heb... Ik zal het er mee moeten doen nu.
Ik trek mijn jas aan, zucht diep.
De deur trek ik zachtjes achter me dicht. Alsof ik niet wil dat iemand hoort dat ik weg ga.
Bij het station wacht ik op je. Onrustig ijsbeer ik heen en weer. Ik hoor hoe een krakende stem omroept dat je trein het station binnen rijdt. De adrenaline giert door mijn lijf.
Eindelijk gaan we elkaar ontmoeten, maar wàt ben ik bang.
In de verte zie ik je de trap afkomen... Ik adem nog eens diep in.
Onzeker glimlach ik naar je, nerveus, maar vol verlangen naar wat komen gaat...
dinsdag 22 februari 2011
Eenzaamheid
Mijn leven lang ben ik op zoek naar genegenheid, naar liefde.
Als kind deed ik mijn best en hunkerde ik naar een knuffel. In plaats daarvan kreeg ik regels - beter gezegd wetten, kleding, voedsel, een dak boven mijn hoofd, speelgoed... De aandacht waar ik om vroeg nam een controlerende vorm aan naarmate ik ouder werd. Met wie praat je, waar hebben jullie het over, wat schrijf je in je dagboek, waar dénk je aan! Zelfs mijn dromen en fantasieën waren niet meer privé en werden verboden...
Zodra ik de kans kreeg zocht ik liefde bij mannen. Ik kwam er al snel achter dat ik hun aandacht kon trekken door met hen naar bed te gaan, door me voor te doen als iemand die ik niet was. Door hun courtisane te zijn. Door lief te glimlachen en te spinnen als een poesje als ze me aanraakten met hun ruwe, onkundige handen. Door hen te laten genieten van mijn jeugdigheid. Het was beter dan niets...
Nu ik ouder ben en wijzer, nu ik eindelijk ware liefde mag ervaren, geven en ontvangen, blijf ik op zoek naar bevestiging. Ik blijf hunkeren naar die liefdevolle blik, die bemoedigende woorden. Onrustig op zoek... Ik heb zoveel in te halen, de leegte is nog zo aanwezig, zo allesoverheersend. De soms ondraaglijke eenzaamheid die mijn lichaam binnensluipt en me helemaal opvreet.
Help me dan toch... Blijf bij me, praat met me, laat me niet alleen...
Ergens besef ik dat het niet in te halen valt, dat ik de liefde die ik toen gemist heb gewoon kwijt ben en dat ik me moet focussen op het NU. Maar ik kan het niet.
Laat me toch niet alleen. Laat me niet alleen met mezelf...
Als kind deed ik mijn best en hunkerde ik naar een knuffel. In plaats daarvan kreeg ik regels - beter gezegd wetten, kleding, voedsel, een dak boven mijn hoofd, speelgoed... De aandacht waar ik om vroeg nam een controlerende vorm aan naarmate ik ouder werd. Met wie praat je, waar hebben jullie het over, wat schrijf je in je dagboek, waar dénk je aan! Zelfs mijn dromen en fantasieën waren niet meer privé en werden verboden...
Zodra ik de kans kreeg zocht ik liefde bij mannen. Ik kwam er al snel achter dat ik hun aandacht kon trekken door met hen naar bed te gaan, door me voor te doen als iemand die ik niet was. Door hun courtisane te zijn. Door lief te glimlachen en te spinnen als een poesje als ze me aanraakten met hun ruwe, onkundige handen. Door hen te laten genieten van mijn jeugdigheid. Het was beter dan niets...
Nu ik ouder ben en wijzer, nu ik eindelijk ware liefde mag ervaren, geven en ontvangen, blijf ik op zoek naar bevestiging. Ik blijf hunkeren naar die liefdevolle blik, die bemoedigende woorden. Onrustig op zoek... Ik heb zoveel in te halen, de leegte is nog zo aanwezig, zo allesoverheersend. De soms ondraaglijke eenzaamheid die mijn lichaam binnensluipt en me helemaal opvreet.
Help me dan toch... Blijf bij me, praat met me, laat me niet alleen...
Ergens besef ik dat het niet in te halen valt, dat ik de liefde die ik toen gemist heb gewoon kwijt ben en dat ik me moet focussen op het NU. Maar ik kan het niet.
Laat me toch niet alleen. Laat me niet alleen met mezelf...
vrijdag 18 februari 2011
Godin
Ik wil dat je Mij aanbidt als een Godin. Dat je ontzag voor Me hebt, zelfs een beetje bang voor Mij bent.
Ik wil dat je Me vereert, dat je een hele dag snakt naar één enkele blik, één enkel woord van Mij. Ik wil dat je Me smeekt om tegen je te praten, om je aan te raken. Ik wil je zien hunkeren en smachten, ik wil lijden zien, lijden dat je ziel helemaal verteert. Alleen Ik heb de macht om een einde te maken aan dat lijden.
Mijn strenge maar liefdevolle blik zal zalvend zijn, Mijn hand die eindelijk je haren streelt zal je in vervoering brengen. Je slaakt een zucht...
Ik leid je naar ons, nee, naar Mijn bed, het altaar, waar Ik je zal toestaan Mij aan te raken, eerst met gesloten ogen. Je mag absoluut niet kijken...
Dien Mij. Bevredig Mij. Laat je handen dwalen over mijn lichaam, langzaam, niet te gretig! Voel hoe Mijn tepels zich erecteren, hoe hard ze worden onder de streling van je tong. Ik duw je hoofd naar beneden, dààr, tussen Mijn dijen, dààr moet je wezen. Doe je werk. Drink van Mij, laaf je aan Mijn bitterzoete nectar tot je dronken en duizelig wordt. Of nee, tot IK zeg dat het genoeg is.
Snelle ademhaling. Klauwende nagels. Een gil. Ik ruk je hoofd opzij. Stop!
Nu mag je je ogen openen... Je kijkt Me wazig en verlangend aan. Je harde mannelijkheid schokt van opwinding. Maar Ik ben moe... Ik wil slapen, lang en diep...
Ik zie de teleurstelling op je gezicht. Je hebt je werk naar behoren uitgevoerd, dus ik sta je toe om vannacht bij Mij te blijven. Ik sluit Mijn ogen en zak weg in een heerlijke, diepe slaap. Ik hoor nog net hoe je zuchtend en steunend jezelf naar een hoogtepunt toewerkt. Tevreden en dankbaar sluit ook jij je ogen.
De nacht kijkt toe hoe we ons weer opladen...
Ik wil dat je Me vereert, dat je een hele dag snakt naar één enkele blik, één enkel woord van Mij. Ik wil dat je Me smeekt om tegen je te praten, om je aan te raken. Ik wil je zien hunkeren en smachten, ik wil lijden zien, lijden dat je ziel helemaal verteert. Alleen Ik heb de macht om een einde te maken aan dat lijden.
Mijn strenge maar liefdevolle blik zal zalvend zijn, Mijn hand die eindelijk je haren streelt zal je in vervoering brengen. Je slaakt een zucht...
Ik leid je naar ons, nee, naar Mijn bed, het altaar, waar Ik je zal toestaan Mij aan te raken, eerst met gesloten ogen. Je mag absoluut niet kijken...
Dien Mij. Bevredig Mij. Laat je handen dwalen over mijn lichaam, langzaam, niet te gretig! Voel hoe Mijn tepels zich erecteren, hoe hard ze worden onder de streling van je tong. Ik duw je hoofd naar beneden, dààr, tussen Mijn dijen, dààr moet je wezen. Doe je werk. Drink van Mij, laaf je aan Mijn bitterzoete nectar tot je dronken en duizelig wordt. Of nee, tot IK zeg dat het genoeg is.
Snelle ademhaling. Klauwende nagels. Een gil. Ik ruk je hoofd opzij. Stop!
Nu mag je je ogen openen... Je kijkt Me wazig en verlangend aan. Je harde mannelijkheid schokt van opwinding. Maar Ik ben moe... Ik wil slapen, lang en diep...
Ik zie de teleurstelling op je gezicht. Je hebt je werk naar behoren uitgevoerd, dus ik sta je toe om vannacht bij Mij te blijven. Ik sluit Mijn ogen en zak weg in een heerlijke, diepe slaap. Ik hoor nog net hoe je zuchtend en steunend jezelf naar een hoogtepunt toewerkt. Tevreden en dankbaar sluit ook jij je ogen.
De nacht kijkt toe hoe we ons weer opladen...
woensdag 16 februari 2011
dinsdag 15 februari 2011
Parafilia
Kijk naar me. Kijk als ik mezelf aanraak, op de trein, de bus, op een bankje in het park.
Kijk hoe ik achterover ga zitten, de benen iets gespreid... Kijk hoe mijn hand verdwijnt onder het flodderige jurkje met bloemetjesmotief, hoe ik tergend langzaam mijn slipje opzij trekt. Maagdelijk wit katoen...
Kijk hoe mijn vingers mijn gezwollen kroonbladeren beroeren, hoe ze mijn kelk openen en je een blik gunnen op de vochtige wereld, daar binnenin diep verborgen...
Kijk hoe ik mezelf streel, hoe ik door middel van een constante beweging mezelf naar het Paradijs stuur.
Kijk hoe ik mijn hoofd in mijn nek gooi, hoe ik met half open mond naar adem snak en een kreun nog net kan onderdrukken.
Kijk hoe ik nog even nazucht, mezelf fatsoeneer, hoe ik met een hoogrode blos schichtig om me heen kijk...
Kijk naar me, maar staar me niet aan. En blijf vooral niet staan.
Kijk hoe ik achterover ga zitten, de benen iets gespreid... Kijk hoe mijn hand verdwijnt onder het flodderige jurkje met bloemetjesmotief, hoe ik tergend langzaam mijn slipje opzij trekt. Maagdelijk wit katoen...
Kijk hoe mijn vingers mijn gezwollen kroonbladeren beroeren, hoe ze mijn kelk openen en je een blik gunnen op de vochtige wereld, daar binnenin diep verborgen...
Kijk hoe ik mezelf streel, hoe ik door middel van een constante beweging mezelf naar het Paradijs stuur.
Kijk hoe ik mijn hoofd in mijn nek gooi, hoe ik met half open mond naar adem snak en een kreun nog net kan onderdrukken.
Kijk hoe ik nog even nazucht, mezelf fatsoeneer, hoe ik met een hoogrode blos schichtig om me heen kijk...
Kijk naar me, maar staar me niet aan. En blijf vooral niet staan.
vrijdag 11 februari 2011
'Ik'
Eindelijk... eindelijk ving ik een glimp op van mezelf.
Ik was zo lang zoekend, vertwijfeld... wie ben ik, wat hoort bij mij en wat niet, welk deel is écht van mij, welk deel is me aangepraat...
Ik haalde diep adem, en liet dan de lucht langzaam puffend weer ontsnappen... In mijn hoofd zei ik een mantra op: laat de angst los; laat de angst los; laat de angst los. Tegelijk probeerde ik mezelf te aarden. Ik zat met gekruiste benen en ik stelde me voor dat er vanuit mijn staartbeentje sterke, lange, stralend gouden wortels groeiden die pijlsnel de aarde in schoten en zich daar verankerden. Intussen bleef ik het herhalen: laat de angst los; laat de angst los...
Ik opende mijn ogen en keek voor me uit. Er gebeurde niets... Tot ik plots iets zag bewegen in mijn ooghoek. Ik keek opzij. Niks. Het was vast mijn geest die een spelletje met me speelde.
Toen zag ik het opnieuw! Voorzichtig draaide ik mijn hoofd, en zag mezelf. Daar zat ik, aan de andere kant van de kamer. Mijn andere 'ik' keek even op, glimlachte verlegen naar me en ging dan weer verder met waar ze mee bezig was.
Vreemd genoeg was ik niet verbaasd mezelf daar te zien zitten. Ik was nieuwsgierig, wou weten wat 'ik' aan het doen was. Ik stond op en wandelde naar haar toe, hurkte toen ik bij haar aangekomen was.
'Ik' was aan het schrijven. Tientallen, misschien wel honderden volgeschreven vellen lagen rondom haar verspreid. Ze had een blauwe balpen stevig in haar kleine hand geklemd en ik hoorde hoe het balletje zachtjes een tikkend geluid maakte bij elk woord dat ze schreef. Ze zag er gelukkig uit, verwoed en intens bezig, maar toch in haar eigen oase van rust.
Toen keek ze weer naar me op. Ze glimlachte bemoedigend toen ze een leeg vel over de grond naar me toeschoof en haar balpen naar me uitstak. Ze knikte naar me, 'toe dan', leek ze te zeggen, 'schrijf'.
Verbaasd nam ik de pen van haar aan. Ze voelde gloeiend heet, en toch deed het geen pijn, verbrandde ik me niet. Ik bracht de pen naar het lege vel papier dat ik van haar gekregen had. Plots ging alles vanzelf. De woorden vloeiden en de pen gleed over het papier als werd ze bestuurd door een onzichtbare kracht. Steeds vlotter en sneller. Ik sloot mijn ogen en huilde. Gelukzaligheid is soms zo moeilijk te verdragen...
Toen ontwaakte ik uit mijn meditatie. Ik weet nu wat me te doen staat.
Ik was zo lang zoekend, vertwijfeld... wie ben ik, wat hoort bij mij en wat niet, welk deel is écht van mij, welk deel is me aangepraat...
Ik haalde diep adem, en liet dan de lucht langzaam puffend weer ontsnappen... In mijn hoofd zei ik een mantra op: laat de angst los; laat de angst los; laat de angst los. Tegelijk probeerde ik mezelf te aarden. Ik zat met gekruiste benen en ik stelde me voor dat er vanuit mijn staartbeentje sterke, lange, stralend gouden wortels groeiden die pijlsnel de aarde in schoten en zich daar verankerden. Intussen bleef ik het herhalen: laat de angst los; laat de angst los...
Ik opende mijn ogen en keek voor me uit. Er gebeurde niets... Tot ik plots iets zag bewegen in mijn ooghoek. Ik keek opzij. Niks. Het was vast mijn geest die een spelletje met me speelde.
Toen zag ik het opnieuw! Voorzichtig draaide ik mijn hoofd, en zag mezelf. Daar zat ik, aan de andere kant van de kamer. Mijn andere 'ik' keek even op, glimlachte verlegen naar me en ging dan weer verder met waar ze mee bezig was.
Vreemd genoeg was ik niet verbaasd mezelf daar te zien zitten. Ik was nieuwsgierig, wou weten wat 'ik' aan het doen was. Ik stond op en wandelde naar haar toe, hurkte toen ik bij haar aangekomen was.
'Ik' was aan het schrijven. Tientallen, misschien wel honderden volgeschreven vellen lagen rondom haar verspreid. Ze had een blauwe balpen stevig in haar kleine hand geklemd en ik hoorde hoe het balletje zachtjes een tikkend geluid maakte bij elk woord dat ze schreef. Ze zag er gelukkig uit, verwoed en intens bezig, maar toch in haar eigen oase van rust.
Toen keek ze weer naar me op. Ze glimlachte bemoedigend toen ze een leeg vel over de grond naar me toeschoof en haar balpen naar me uitstak. Ze knikte naar me, 'toe dan', leek ze te zeggen, 'schrijf'.
Verbaasd nam ik de pen van haar aan. Ze voelde gloeiend heet, en toch deed het geen pijn, verbrandde ik me niet. Ik bracht de pen naar het lege vel papier dat ik van haar gekregen had. Plots ging alles vanzelf. De woorden vloeiden en de pen gleed over het papier als werd ze bestuurd door een onzichtbare kracht. Steeds vlotter en sneller. Ik sloot mijn ogen en huilde. Gelukzaligheid is soms zo moeilijk te verdragen...
Toen ontwaakte ik uit mijn meditatie. Ik weet nu wat me te doen staat.
donderdag 10 februari 2011
Verlangen
Soms verlang ik ook wel eens... als de vlinders te groot en te zwaar worden voor mijn buik en verder naar beneden dalen...
Dan voel ik hun fluwelen vleugels trillen tegen mijn buikwand, steeds lager, steeds verder zakkend.
Scènes spelen zich af in mijn hoofd, beelden die ik niet luidop durf benoemen. Ik schaam me, voel me gegeneerd, maar wil niet ophouden met er aan te denken.
Een blos siert mijn wangen, ik hoor mijn bloed dat steeds sneller gaat stromen suizen in mijn oren. Bij elke aanraking die ik me voorstel voel ik hoe het centrum van mijn seksuele genot, dat piepkleine orgaantje, pulserende bewegingen maakt.
Schichtig kijk ik om me heen... bang om betrapt te worden, nochtans ben ik helemaal alleen. De angst zit nog diep...
Koortsachtig concentreer ik me op de film die zich voor me afspeelt, ik twijfel... Ben ik 'zo', wel? Is dit iets voor mij?
Ik twijfel te lang en de opwinding ebt weg... Ik probeer het vreemde gevoel van me af te schudden en over te gaan tot de orde van de dag.
Enkel de knagende pijn in mijn onderbuik en de vochtige plek in mijn slipje herinneren me later nog aan mijn verborgen 'ik'...
Dan voel ik hun fluwelen vleugels trillen tegen mijn buikwand, steeds lager, steeds verder zakkend.
Scènes spelen zich af in mijn hoofd, beelden die ik niet luidop durf benoemen. Ik schaam me, voel me gegeneerd, maar wil niet ophouden met er aan te denken.
Een blos siert mijn wangen, ik hoor mijn bloed dat steeds sneller gaat stromen suizen in mijn oren. Bij elke aanraking die ik me voorstel voel ik hoe het centrum van mijn seksuele genot, dat piepkleine orgaantje, pulserende bewegingen maakt.
Schichtig kijk ik om me heen... bang om betrapt te worden, nochtans ben ik helemaal alleen. De angst zit nog diep...
Koortsachtig concentreer ik me op de film die zich voor me afspeelt, ik twijfel... Ben ik 'zo', wel? Is dit iets voor mij?
Ik twijfel te lang en de opwinding ebt weg... Ik probeer het vreemde gevoel van me af te schudden en over te gaan tot de orde van de dag.
Enkel de knagende pijn in mijn onderbuik en de vochtige plek in mijn slipje herinneren me later nog aan mijn verborgen 'ik'...
donderdag 3 februari 2011
Vanonder
Over intieme lichaamsdelen werd niet gesproken, tenzij met veel schroom en omwegen.
Toen ik ongesteld werd kreeg ik geen voorlichting, geen gesprek, geen troost of begrip. Ik was makkelijk vatbaar voor vaginale infecties, als heel jong meisje al, zonder seksueel actief te zijn. Nu denk ik dat de infecties deels psychosomatisch van aard waren.
De eerste keer dat ik het had, was mijn moeder erg boos. Ze kon niet begrijpen dat ik zoiets had 'opgelopen' en toch geen seks had. Het woordje 'seks' werd trouwens ook niet uitgesproken, ze vroeg me dan of ik 'er ene aan mij had laten zitten'.
Ze ging met mij naar de huisarts, wat ik vreselijk gênant vond.
"Ja, dokter W... ze heeft een ontsteking... vanonder!"
Pas toen dokter W haar verzekerd had dat vaginale infecties doodnormaal zijn en niets te maken hoeven hebben met seks of gebrek aan hygiëne bedaarde ze. Eenmaal weer thuis werd het onderwerp weer doodgezwegen.
Ik heb nooit geweten hoe ik mezelf 'daar' moet benoemen. Vagina. Schede. Vagijn. Kut. Poesje. Spleetje. Gleuf. Geboortekanaal.
Alles klinkt even walgelijk, smerig, onnozel. Stuk voor stuk woorden waar ik een hekel aan heb en die niet bij me passen.
Door het nooit benoemd te hebben, is het een deel van me geworden waar ik me voor schaam, waar ik bang voor ben.
Een deel dat ik niet kan aanvaarden als een deel van mezelf.
Toen ik ongesteld werd kreeg ik geen voorlichting, geen gesprek, geen troost of begrip. Ik was makkelijk vatbaar voor vaginale infecties, als heel jong meisje al, zonder seksueel actief te zijn. Nu denk ik dat de infecties deels psychosomatisch van aard waren.
De eerste keer dat ik het had, was mijn moeder erg boos. Ze kon niet begrijpen dat ik zoiets had 'opgelopen' en toch geen seks had. Het woordje 'seks' werd trouwens ook niet uitgesproken, ze vroeg me dan of ik 'er ene aan mij had laten zitten'.
Ze ging met mij naar de huisarts, wat ik vreselijk gênant vond.
"Ja, dokter W... ze heeft een ontsteking... vanonder!"
Pas toen dokter W haar verzekerd had dat vaginale infecties doodnormaal zijn en niets te maken hoeven hebben met seks of gebrek aan hygiëne bedaarde ze. Eenmaal weer thuis werd het onderwerp weer doodgezwegen.
Ik heb nooit geweten hoe ik mezelf 'daar' moet benoemen. Vagina. Schede. Vagijn. Kut. Poesje. Spleetje. Gleuf. Geboortekanaal.
Alles klinkt even walgelijk, smerig, onnozel. Stuk voor stuk woorden waar ik een hekel aan heb en die niet bij me passen.
Door het nooit benoemd te hebben, is het een deel van me geworden waar ik me voor schaam, waar ik bang voor ben.
Een deel dat ik niet kan aanvaarden als een deel van mezelf.
Abonneren op:
Posts (Atom)





