Je klampte je aan me vast. Ik hoorde je zuchten. Ik weet niet of het een zucht was van genot, of van spijt.
Had je er spijt van, dat je dit gedaan had? Werd je nu teruggeworpen in de realiteit? Dacht je eraan dat het allemaal maar alsof was geweest?
Je keek me aan, en ik kon niet thuisbrengen of het een blik was van pijn of 'verliefdheid'. Misschien wel van allebei.
Ik vroeg me af of ik je misschien méér tederheid had gegeven dan welke vrouw ook. Dat zou wel ironisch zijn...Aandachtig bleef je kijken... je glimlachte niet. Héél even vond ik je mooi. Je groene ogen en je lange, donkere wimpers. Je gave huid. Een jongen zoals jij zou dit niet mogen doen...
Onze karakters en levens lagen mijlenver uiteen en je was niet mijn type, maar toch vond ik het zonde, kreeg ik het gevoel alsof ik je 'bezoedeld' had. Hopelijk heb ik je niet bezoedeld voor het leven.
Ik kuste je nog op je voorhoofd, op je ogen, opdat ik de pijn niet zou zien.
Je kwam bij je positieven en ging douchen.
Als het een troost mag zijn, ik vond het niet erg om met je te vrijen.
Totaal aantal pageviews
maandag 25 juli 2011
dinsdag 19 juli 2011
Mijmeringen
Ik herinner me de dagen toen we nog praatten.
We deelden onze dromen, onze gedachtes, we dronken de woorden uit elkaars mond.
Ook als onze lippen stil waren, spraken onze ogen... Jij was mij en ik was jou en toch bleven we onszelf.
We groeiden samen, struikelden en hielpen elkaar weer recht.
We vermenigvuldigden ons en zagen diezelfde sprankel in hem. In hen beide. Enthousiasme en euforie, omdat we onze filosofie, onze levensvisie en onze liefde zouden kunnen doorgeven.
Ik weet nog, die dagen toen we nog praatten... steeds iets moeizamer, maar toch.
Het hoort erbij... Je krijgt het drukker, moet je aandacht verdelen. We struikelden steeds vaker en bleven struikelen door elkaar overeind te helpen. We trokken elkaar mee. Maar alles zou goedkomen. Later. Nog even doorbijten. Liefde maakt veel goed.
Ik kan ze me nu amper nog voor de geest halen, die dagen toen we nog praatten... Toen we filosofeerden en de nacht lieten opschrikken met ons gelach.
De liefde is er nog, maar onze monden zijn stil.
We zwijgen als vermoord.
We deelden onze dromen, onze gedachtes, we dronken de woorden uit elkaars mond.
Ook als onze lippen stil waren, spraken onze ogen... Jij was mij en ik was jou en toch bleven we onszelf.
We groeiden samen, struikelden en hielpen elkaar weer recht.
We vermenigvuldigden ons en zagen diezelfde sprankel in hem. In hen beide. Enthousiasme en euforie, omdat we onze filosofie, onze levensvisie en onze liefde zouden kunnen doorgeven.
Ik weet nog, die dagen toen we nog praatten... steeds iets moeizamer, maar toch.
Het hoort erbij... Je krijgt het drukker, moet je aandacht verdelen. We struikelden steeds vaker en bleven struikelen door elkaar overeind te helpen. We trokken elkaar mee. Maar alles zou goedkomen. Later. Nog even doorbijten. Liefde maakt veel goed.
Ik kan ze me nu amper nog voor de geest halen, die dagen toen we nog praatten... Toen we filosofeerden en de nacht lieten opschrikken met ons gelach.
De liefde is er nog, maar onze monden zijn stil.
We zwijgen als vermoord.
maandag 18 juli 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)