Ik herinner me de dagen toen we nog praatten.
We deelden onze dromen, onze gedachtes, we dronken de woorden uit elkaars mond.
Ook als onze lippen stil waren, spraken onze ogen... Jij was mij en ik was jou en toch bleven we onszelf.
We groeiden samen, struikelden en hielpen elkaar weer recht.
We vermenigvuldigden ons en zagen diezelfde sprankel in hem. In hen beide. Enthousiasme en euforie, omdat we onze filosofie, onze levensvisie en onze liefde zouden kunnen doorgeven.
Ik weet nog, die dagen toen we nog praatten... steeds iets moeizamer, maar toch.
Het hoort erbij... Je krijgt het drukker, moet je aandacht verdelen. We struikelden steeds vaker en bleven struikelen door elkaar overeind te helpen. We trokken elkaar mee. Maar alles zou goedkomen. Later. Nog even doorbijten. Liefde maakt veel goed.
Ik kan ze me nu amper nog voor de geest halen, die dagen toen we nog praatten... Toen we filosofeerden en de nacht lieten opschrikken met ons gelach.
De liefde is er nog, maar onze monden zijn stil.
We zwijgen als vermoord.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten