Totaal aantal pageviews

donderdag 3 februari 2011

Vanonder

Over intieme lichaamsdelen werd niet gesproken, tenzij met veel schroom en omwegen.
Toen ik ongesteld werd kreeg ik geen voorlichting, geen gesprek, geen troost of begrip. Ik was makkelijk vatbaar voor vaginale infecties, als heel jong meisje al, zonder seksueel actief te zijn. Nu denk ik dat de infecties deels psychosomatisch van aard waren.
De eerste keer dat ik het had, was mijn moeder erg boos. Ze kon niet begrijpen dat ik zoiets had 'opgelopen' en toch geen seks had. Het woordje 'seks' werd trouwens ook niet uitgesproken, ze vroeg me dan of ik 'er ene aan mij had laten zitten'.
Ze ging met mij naar de huisarts, wat ik vreselijk gênant vond.

"Ja, dokter W... ze heeft een ontsteking... vanonder!"

Pas toen dokter W haar verzekerd had dat vaginale infecties doodnormaal zijn en niets te maken hoeven hebben met seks of gebrek aan hygiëne bedaarde ze. Eenmaal weer thuis werd het onderwerp weer doodgezwegen.

Ik heb nooit geweten hoe ik mezelf 'daar' moet benoemen. Vagina. Schede. Vagijn. Kut. Poesje. Spleetje. Gleuf. Geboortekanaal.

Alles klinkt even walgelijk, smerig, onnozel. Stuk voor stuk woorden waar ik een hekel aan heb en die niet bij me passen.

Door het nooit benoemd te hebben, is het een deel van me geworden waar ik me voor schaam, waar ik bang voor ben.
Een deel dat ik niet kan aanvaarden als een deel van mezelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten